Vraag:
Kunt u mij uitleggen hoe de belastingheffing werkt in de boxen.
Antwoord:
Voor de heffing van inkomstenbelasting gaat de Belastingdienst uit van een boxenstelsel. Er zijn drie boxen, waarin verschillende soorten inkomsten vallen. Een soort inkomen kan maar in 1 box vallen. Elke box heeft zijn eigen tarief.
In box 1 vallen alle inkomsten uit werk en eigen woning, én eventuele uitkeringen die zijn hebt ontvangen. Deze inkomsten worden belast via het schijventarief. Dit werkt progressief. Dat wil zeggen hoe hoger het inkomen, hoe hoger het belastingpercentage. In de eerste tariefschijf is het belastingdeel 2,35% en in de tweede tariefschijf 10,85%. In beide schijven zijn de premiedelen 17,9% voor de AOW, 1,1% voor de Anw en 12,15% voor de AWBZ, opgeteld is dat 31,15%. In de eerste schijf betaalt men dus 33,5%, in de tweede schijf 42,00% aan belasting en premie. In de derde schijf betaalt men alleen belasting: 42%, in de vierde schijf zelfs 52%.
Met box 2 heeft men alleen te maken als u een aanmerkelijk belang heeft, dwz. als men ten minste 5% van de aandelen in een NV of BV bezit. De inkomsten (dividend en verkoopwinst, of –verlies) die men uit die aandelen verkrijgt, vallen in box 2. Het belastingtarief in box 2 bedraagt 25%.
In box 3 vallen de inkomsten uit sparen en beleggen. De Belastingdienst verrekent de waarde van de bezittingen met het totaalbedrag van de schulden en hanteert na toepassing van vrijstellingen daarover een vast rendement van 4%, waarover men vervolgens 30% belasting moet betalen.